Nominatie

Guillaume
Kreek Daey Ouwens

Juryverslag

Guillaume is een zoontje, een broertje dat “anders” is. Kreek Daey Ouwens legt een fragmentarische puzzel van hoe het er in haar gezin aan toe ging in de jaren 50 van de vorige eeuw. Hoe Guillaume als jongen en later als man tegelijk wreed en zorgzaam, met verwachting maar met nog meer ontgoocheling en onbegrip werd bejegend: “Vader bindt hem met zijn riem aan de klink van de deur.” Daey Ouwens is uiterst spaarzaam met taal, heeft genoeg aan enkele verzen en zinnen per bladzijde. Bijgevolg zit er veel wit in deze bundel, waarin de schetsen uit het leven van Guillaume resoneren en veel vragen oproepen: “Ik ben met meneer Wim naar het bos geweest, / zegt Guillaume vlak voordat hij doodgaat.” Kreek Daey Ouwens schreef een ontregelende maar ook vertederende bundel. Een autobiografische, wat wrange liefdesverklaring van een zus voor haar jongere broer met een verstandelijke beperking: “En wat zat er toch allemaal in jouw kop / lieve Guillaume…” Met ontroerende tekeningen van Ineke van Doorn.

Persquotes

“Daey Ouwens plukt aan de snaren van haar taalinstrument op exact het goede moment en precies de juiste plaats. Elke klank is helder, zuiver, effectief en […] functioneel.”  – **** De Limburger

“Kreek Daey Ouwens dicht over Guillaume die anders is; mooi spaarzaam, in concrete taal.” – Trouw

Biografie
Kreek Daey Ouwens (1942) schrijft poëzie, toneel en proza. Ze debuteerde in 1991 met de verhalen- en gedichtenbundel ‘Stokkevingers’. Sindsdien verschenen van haar hand verschillende bundels, waaronder ‘De achterkant’ (2009), die werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, ‘Blauwe hemel’ (2014), het geprezen ‘Ik wil in mijn huis een raam ik wil het raam dichtdoen’ (2016), ‘Echo Echo’ (2020) en ‘Guillaume’ (2020). Familie, jeugd en herinneringen zijn terugkerende thema’s in haar werk.

Foto: © Koos Hageraats

& rol door
K. Michel

Juryverslag

Onbevangen als een kind, vol verwondering en scherp observerend vangt K. Michel de absurditeit van het dagelijkse leven in verrassende en frisse beelden. Elk gedicht in de geestige bundel ‘& rol door’ is een miniatuurtje op de grens tussen werkelijkheid en verbeelding, als een tekening van Shaun Tan: “Door een bos lopen, gewoon lopen / iets horen en je bliksemsnel omdraaien / Niets zien, niets bijzonders / toch het gevoel dat de bomen / een stukje zijn opgeschoven”.
K. Michel beheerst de Japanse kintsugi-kunst om de scherven van het bestaan met gouden lijm te accentueren. Van het praktische en lichtvoetige is het maar een kleine stap naar de grote vragen. Want in de poëzie “… torst een erwt / een kruiwagen op zijn rug en / draagt die de hele wereld door / eeuwen en eeuwen”. Daarenboven experimenteert K. Michel zwierig met verschillende vormen en klinken zijn gedichten zo melodieus als een muziekdoosje. Iemand levensadvies nodig? “… struikel je voorover, hou je dan slap / en rol dóór.”

Persquotes

“[E]en knap geconstrueerde mix van uitbundige lyriek, sfeervolle taferelen en soms kolderieke scènes.” – Awater

“In glasheldere taal jongleert hij met motieven, beelden, vorm en rijgt zo acrobatische gedichten aaneen vol ongekende feiten, dromen, vrolijke maatschappijkritiek en verbazend rake vuistregels” – Trouw

Biografie
K. Michel (pseudoniem van Michel Kuijpers, 1958) debuteerde in 1989 met de dichtbundel ‘Ja, naakt als de stenen’. In 1994 verscheen zijn tweede dichtbundel ‘Boem de nacht’, die met de Herman Gorter-prijs werd bekroond. Voor zijn bundel ‘Waterstudies’ (1999) ontving hij de VSB Poëzieprijs en de Jan Campert-prijs. In 2010 publiceerde hij de poëziebundel ‘Bij eb is je eiland groter’ waarmee hij de Awaterprijs èn de Guido Gezelle-prijs won. ‘& rol door’ (2020) is zijn zevende bundel.

Foto: © Bianca Sistermans

Wie was ik
Alfred Schaffer

Juryverslag

Alfred Schaffer verwoordt in zijn trefzekere bundel een diep gevoel van ontheemding. Hij gebruikt daarvoor de blik van een gekleurde vrouw die in Nederland als verpleegster werkt, een reflectie van zijn eigen moeder. We kijken mee met haar naar het landschap dat ze achterliet en het landschap dat ze nieuw betreedt, naar de mensen waarvan ze zich losscheurt en de mensen waarmee ze verbinding probeert te zoeken. De gedichten tonen een scherpe aandacht voor de tastbare werkelijkheid maar ook een voortdurende vlucht in de droom en de verbeelding. De ‘ik’ is ‘bijna levend’ en ‘bijna thuis’ (zoals in het motto van Leonard Cohen), met de nadruk op ‘bijna’. Schaffer geeft op een zeer indringende en ontroerende manier een stem aan deze vrouw en aan haar heel persoonlijke maar ook universele gevoel van nergens te zijn en niet te weten wie ze is. De bundel overrompelt je, door de volgehouden zoektocht naar betekenis, naar zin, die in elk gedicht weer hernomen wordt, moedig en wanhopig tegelijk. ‘Wie was ik’ is tegelijk heel krachtig en heel kwetsbaar, een persoonlijke bundel die je diep raakt.

Persquotes

“Het verleden wordt langzaam maar zeker ontrafeld, zonder dat er iets vast komt te staan. Door de ontrafeling ontstaat meerduidigheid, een gebied waarin stemmen losgezongen raken van lichaam, verleden, afkomst – en toch samenhangend klinken. […] Wie was ik biedt geen eenduidige antwoorden, maar eist bestaansrecht op voor het onkenbare, voor het drassige gebied van het niet-weten, waar het leven op drijft.” – **** NRC NEXT

“Schaffer komt tot grote poëzie: hij doorprikt de illusie van authenticiteit zonder een authentieke stem te verliezen.” – ****  De Standaard

Biografie
Alfred Schaffer (1973) woont en werkt in Zuid-Afrika. Hij publiceerde diverse dichtbundels, waaronder ‘Kooi’ (2008), ‘Mens Dier Ding’ (2014) en het bibliofiele ‘Postuum. Een lofzang’ (2016). Zijn werk werd bekroond met de Jo Peters Poëzieprijs, de Hugues C. Pernath-prijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs en de Jan Campert-prijs. ‘Mens Dier Ding’ ontving de Awater Poëzieprijs, de Paul Snoek Poëzieprijs en de Charlotte Köhler Prijs en werd vertaald in het Frans, Afrikaans en Engels.

Foto: © Luke Kuisis

Het stad in mij
Maud Vanhauwaert

Juryverslag

Dit vuistdikke, kanariegele ‘bladerboek’ valt meteen op omdat het zo schitterend is vervaardigd. In ruim 300 pagina’s documenteert Vanhauwaert de uiteenlopende, verrassende en bizarre poëzieprojecten die zij de afgelopen jaren initieerde, hoofdzakelijk in de periode van twee jaar dat zij stadsdichter van Antwerpen was. Behalve gedichten bevat dit ‘ideeënboek’ beelden van muurgedichten, foto’s van installaties, registraties van performances, partituren, moppen, anekdotes, collages en ‘onnozeliteiten’ – de rijkdom van het materiaal weerspiegelt de brede blik die Vanhauwaert hanteert in haar aanstekelijke zoektocht naar de ruimte die poëzie (letterlijk) buiten het boek kan innemen. Zij zocht die ruimte verspreid over de hele stad maar ook in maatschappelijke thema’s als de klimaatcrisis en dekolonisatie, om de poëzie uiteindelijk te vinden bij ‘de lezer die haar strijkt // voorzichtig op de kraagjes / van wat hij niet kan vatten // maar zo graag aan wil doen’. De verleiding en het plezier die Vanhauwaert je als lezer doet ervaren om met taal bezig te zijn, zijn ongeëvenaard.

Persquotes

Het stad in mij grossiert in voorbeelden die laten zien hoe fraai Vanhauwaert materialiteit inzet om tot een poëtische ervaring te komen.” – De Standaard

“Zelden zagen we een dichteres zo inventief en creatief omspringen met de conventies van taal en maatschappij.” – **** Knack

Biografie
Maud Vanhauwaert (1984) is schrijver en theatermaker. Voor haar poëziedebuut ‘Ik ben mogelijk’ ontving ze de Vrouw Debuut Prijs, en voor de opvolger ’Wij zijn evenwijdig’ de Hughues C. Pernathprijs en de Publieksprijs van de Herman De Coninckprijs. Ze was twee jaar stadsdichter van Antwerpen. In 2020 verscheen haar monumentale dichtbundel ‘Het stad in mij’.

Foto: © Jill Bertels

Big Data
Anne Vegter

Juryverslag

In ‘Big Data’ tekent Anne Vegter een tijdloos en universeel verhaal op: de pijn van de bedrogen en verlaten geliefde. In drie stemmen, die van de Zuid-Afrikaanse dichter Ingrid Jonker, het lyrische ik en de mythische tovenares Medea klinkt het breken na verraad, maar ook het terugvinden van de woorden. ‘Big Data’ is een rauwe, woedende en intens emotionele bundel die toch ver blijft van sentimentaliteit. De frisse en oorspronkelijke taal wekt het verhaal tot leven. Dit is geen bundel over wanhoop of slachtofferschap. De pijn wordt gevoeld, maar het verhaal is in eigen hand genomen. Vegter stelt met haar poëzie een daad: ‘in haar feitelijke vorm is de geschiedenis ondraaglijk. herschrijf haar nu woedend.’

Persquotes

“Tegenover de zwaarte van de woede en het verdriet staan een zekere humor en een monterheid die lucht in de gedichten brengt.” – **** De Volkskrant

“De taal prikt en streelt, is helder en vervreemdend. Pijn werd poëzie.” – Trouw

Biografie
Anne Vegter (1958) is dichter, prozaïst en toneelschrijver. In 1989 debuteerde zij met het kinderboek ‘De dame en de neushoorn’, waarvoor ze de Woutertje Pieterseprijs ontving. Haar tweede boek, ‘Verse bekken’ (1990) was het eerste kinderboek in de geschiedenis dat voor de AKO Literatuurprijs werd genomineerd. In 1992 verscheen haar eerste dichtbundel ‘Het veerde’, later gevolgd door onder meer ‘Spamfighter’ (2007), dat werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs en bekroond met de Publieksprijs. In 2011 verscheen het lovend ontvangen ‘Eiland berg gletsjer’, met illustraties door haarzelf, dat werd bekroond met de Awater Poëzieprijs. In 2004 won Vegter de Anna Blamanprijs voor haar hele oeuvre. Van 2013 tot 2016 bekleedde Anne Vegter het Nederlandse ambt van Dichter des Vaderlands.

Foto: © Jacqueline van der Kort

Parkplan
Wout Waanders

Juryverslag

Dit debuut bewijst op overtuigende wijze hoe poëzie zich telkens weer kan uitvinden en aanpassen aan nieuwe tijden en nieuwe omstandigheden. De jury werd vooral getroffen door de originaliteit, de humor en het grote vermogen tot relativering. Door zijn speelsheid lijkt het de ideale bundel voor mensen die zich normaal gezien ver uit de buurt van poëzie houden. Er valt veel in te ontdekken, niet alleen in de gedichten zelf maar ook in de illustraties. Net als een echte plattegrond kun je dit ‘Parkplan’ altijd op zak hebben om er onderweg in tram of trein in te lezen. Je raakt er wellicht op een prettige manier de weg mee kwijt maar je krijgt er een park vol poëtische attracties voor in de plaats.

Persquotes

“[I]n Parkplan zijn het de gedichten zelf die de grootse attractie vormen en zo hoort het ook in een dichtbundel. Een geslaagd en weldoordacht debuut!” – Meander

“Nog nooit was gedichten lezen zo’n avontuur.” – 8Weekly

Biografie
Wout Waanders was stadsdichter van Nijmegen. Hij publiceerde onder meer in Hollands Maandblad en Das Magazin en trad op tijdens festivals zoals Zwarte Cross, het Wintertuinfestival en Lowlands. In 2014 won hij Write Now! ’s-Hertogenbosch en in 2015 werd hij geselecteerd om deel te nemen aan het Slow Writing Lab, het talentontwikkelingsprogramma van het Nederlands Letterenfonds. ‘Parkplan’ (2020) is zijn debuutbundel.

 

De zes genomineerde bundels voor de Herman de Coninckprijs 2021 werden bekend gemaakt op 21 februari 2021, de dag waarop Herman de Coninck 77 jaar zou zijn geworden. In 2021 heeft de Herman de Coninckprijs betrekking op de bundels die tussen 1 januari 2020 en 31 december 2020 zijn verschenen. Eén van de genomineerde bundels moet een debuut zijn.

Klik op de covers hierboven om het juryverslag per bundel te lezen.