Nominatie

De camembertmethode
Frouke Arns

Juryverslag
Verraderlijk licht geeft Arns een inkijkje in de alledaagse werkelijkheid, die immers niet is wat die schijnt. Kennen wij de wereld wel, en hoe goed denken we elkaar en onszelf te kennen? Arns dicht geestig, zelf-relativerend, doordacht en heel precies over existentiële kwesties: het onvermijdelijke verglijden van de tijd, de zoektocht naar verbinding. Tussen generaties, zussen, geliefden gaapt een kloof en als we Arns mogen geloven is die des te dieper tussen wie dicht bij elkaar staat. Doorheen haar gedichten schemert het volle besef van fundamentele eenzaamheid. ‘Hoe zij zo dicht bijeen toch elkaar nooit raken’ gaat over aardse bomen en mensen. ‘Ik heb geen god, alleen de wereld en mezelf daarin’ over het metafysische, hopend op ‘post uit de kosmos’.

Gelukkig zijn er ook de prachtige observaties van Arns die je doen glimlachen.  Badschuim ‘waarmee je tieten en baarden maakte die als drilpuddingen schudden bij elke beweging’ of hutspot als een ‘stilleven met kuiltje jus’. Het dagelijkse is hier een poort naar het wezenlijke: naar de levenslange zoektocht naar de zin van alles.

Persquotes
‘Een ijzersterke bundel’ (De Volkskrant)

‘In het beste geval drukt een dichter zich niet letterlijk uit, maar laat hij precies een juiste hoeveelheid in het ongewisse, waardoor hij meerdere lagen aanboort en een breder spectrum aan associaties en gevoelens oproept. Dat is precies wat Arns doet in deze bundel. En dat levert prachtige dichtregels op […]’ (Het Parool)

Biografie
Frouke Arns (1964) studeerde Engelse Taal- en Letterkunde. In 2013 verscheen haar debuutbundel Mensen die je misschien kent bij uitgeverij Marmer. Twee van haar gedichten zijn opgenomen in de bundel ‘De 100 beste gedichten’ voor de VSB-poëzieprijs 2015, en ook haalden haar gedichten vier keer de Turing top 100. In 2017 volgde haar tweede bundel Eigen terrein, met daarin alle gedichten die zij tijdens haar periode als Stadsdichter van Nijmegen (2015-2016) schreef. De camembertmethode is haar eerste bundel bij De Arbeiderspers.

Foto: Chris van Houts

Nachtboot
Maria Barnas

Juryverslag
Het is in de nacht dat wij dromen. En dat onze grootste nachtmerries ons bezoeken. Barnas legt in deze bundel haarfijn bloot hoe wij mensen worstelen met de uitersten, zowel met de lichte, ogenschijnlijk oppervlakkige als met de donkere zijden van het bestaan. Zo gaat ze de dialoog aan zowel met Anaïs Nin, die de lichtvoetige liefde bezong, als met Anne Sexton en Sylvia Plath, die groeven in hun droefheid en beiden zelfmoord pleegden. ‘De werkelijkheid is een rolletje plakband/hoor je.// Ik kan het begin niet vinden.’

Barnas beschrijft het leven niet, ze bevraagt het en zit er middenin: ‘de toekomst ligt open als een veld waarin dieren jagen builen zwellen modder kuilen’. Ze gooit gedachten als klonten naar de andere oever van de rivier om haar eigen dam te maken, om rechtop te blijven staan ‘om te blijven zinspelen op mogelijkheden van een ander bestaan’. Barnas tast de grenzen af, botst tegen bureaucratie, drankzucht en vreemde taal. Bijna contemplatief, met sprookjes en waterrijke metaforen, verwondert zij zich kalm en eigenzinnig als een filosoof over onze vreemde wereld.

Persquotes
‘Een genot om te lezen (…) verrassend beeld na verrassend beeld’ (De Groene Amsterdammer)

‘Het hechte Nachtboot staat vol gave observaties, vol grote gedachten klein en indringend verwoord.’ (Trouw)

‘Maria Barnas haalt voor haar ragfijne beschrijvingen het beste uit de taal. Haar beelden en gedachtegangen zijn uitermate precies geformuleerd en daardoor vol reliëf.’ (NRC Handelsblad)

Biografie
Maria Barnas (1973) schreef drie romans: Engelen van ijs (1997), De baadster (2000) en Altijd Augustus (2017). Haar poëziedebuut Twee zonnen (2003) werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs; in 2009 ontving zij de J.C. Bloemprijs voor Er staat een stad op. In 2018 verscheen de bundel Nachtboot bij Van Oorschot. Barnas schrijft over kunst en literatuur in onder andere De Groene Amsterdammer, Vrij Nederland en De Gids. 

Foto: Blommers Schumm

Zo kan het niet langer
Paul Bogaert

Juryverslag
De titel van de bundel is al een cliché. En de gedichten zelf staan er bol van: gemeenplaatsen die de moderne mens in zijn persoonlijke zowel als zijn publieke leven van zichzelf vervreemden. Een voor een ontmaskert Bogaert ze, demonstreert hij hoe taal die ons de illusie geeft dat we macht hebben over ons leven, ons in werkelijkheid gevangen houdt, hoe ze ons vastzet in een kluwen van voorschriften, reglementen, opinies, verwachtingen, boodschappen uit de reclame, de sociale media en het managersjargon. Subtiel en met veel zin voor ironie laat hij zien hoe er niets te zien is dan schamelheid onder die nieuwe kleren van de keizer.
De poëzie van Bogaert is op die manier fundamenteel maatschappijkritisch. Maar tegelijk is ze schrijnend en vervuld van mededogen voor de mens, die vaak tevergeefs vluchtwegen zoekt. Zijn gedichten zijn zulke vluchtwegen, zij maken het onbehagen voelbaar en geven tegelijk de taal haar fundamentele vrijheid en creativiteit terug. Om het met de dubbelzinnige slotregel uit de bundel te zeggen: ‘Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.’

Persquotes
‘Bogaert is een meester in de ironische ontmaske­ring van de machtsstructuren die de mens in hun greep houden. (…) Daarbij kan hij putten uit een zeer rijk beeldend vermogen en bovenal uit een ragfijn gevoel voor associatie.’ (De Morgen)

‘De gedichten van Bogaert zijn geestig en slim.’ (Poëziekrant)

‘De catastrofes en het wereldleed worden door onze systemen zo veilig mogelijk buiten gehouden. Het is intrigerend hoe Paul Bogaert die dreiging in heel wat gedichten laat voelen, maar meestal, met haarscherpe ironie, onder het oppervlak houdt.’ (De Standaard)

Biografie
Paul Bogaert (1968) schreef de bundels WELCOME HYGIENE (1996), Circulaire systemen (2002) en AUB (2006). Verwondingen was het Gedichtendagessay van 2008 en met de Slalom soft (2009) won Bogaert zowel de driejaarlijkse Poëzieprijs van de Vlaamse Gemeenschap als de Herman de Coninckprijs. In 2013 verscheen de bundel Ons verlangen, waarmee hij nogmaals de Herman de Coninckprijs won. In 2018 verscheen Zo kan het niet langer bij Polis.

Foto: Koen Broos

De klaverknoop
Paul Demets

Juryverslag
De Klaverknoop is een zoektocht in verzen naar het ‘zelf’ in verhouding tot familie en omgeving. In bedrieglijk klassieke gedichten zet Demets hier het idee van het individu op het spel. Het zit verknoopt in lussen naar moeder en vader, naar geliefde en kind, naar het eigene en het vreemde. Paul Demets was al laureaat van de Herman de Coninckprijs met zijn vorige bundel ‘De bloedplek’. De Klaverknoop opent nog verder het raam naar zijn poëtische oeuvre. Zorgvuldig opgebouwd verglijdt de aandacht van de monade, dat ene en unieke dat verknoopt zit in het ouderlijke en het eigen gezin, naar de nomade, die weg is van huis. Ook voor de migrant die hier aanspoelt heeft de dichter oog, en voor de ambivalentie waarmee hij hier ontvangen wordt. Deinend op dubbele betekenissen van alledaagse woorden en uitdrukkingen geeft Paul Demets een beeldende vorm aan iets wat moeilijk te grijpen valt. Zoals de rups die zich realiseert dat ze vlinder wordt en weer andersom. De rusteloosheid van al dit zoeken vindt wonderlijk verstild zijn balans.

Persquotes
‘Leegte wordt draaglijk als ze tot zulke regels leidt.’ (Ellen Deckwitz in De Morgen)

‘Paul Demets zet de gezinsverhoudingen op messcherp in zijn filosofische dichtbundel De klaverknoop.’ (De Standaard)

‘Een bijzonder ingenieus geconstrueerde bundel.’ (MappaLibri)

Biografie
Paul Demets (1966) is dichter en poëzierecensent voor onder meer De Morgen. Hij debuteerde met de bundel De Papegaaiziekte (1999), die genomineerd werd voor de C. Buddingh’-prijs en is bekroond met de Prijs voor Letterkunde van de provincie Oost-Vlaanderen. In 2011 kwam de alom geprezen bundel De Bloedplek uit, die bekroond werd met de Herman de Coninckprijs, zowel door de jury als door het publiek. Sinds begin 2016 is Paul Demets aangesteld als de plattenlandsdichter van Oost-Vlaanderen. In 2018 verscheen De klaverknoop bij De Bezige Bij.

Foto: Stephan Vanfleteren

Habitus
Radna Fabias

Juryverslag
Aards, rauw, gloedvol, bezwerend en actueel komt Fabias de poëzie binnen zetten. Haar debuut is verrassend voldragen en getuigt van een nieuwe, bijzonder oorspronkelijke stem. Fabias stelt in vier afdelingen pertinente en ongemakkelijke vragen door contrasten op te roepen en flarden alledaagse taal door haar gedichten te vlechten, interpunctie te laten voor wat het is en zo alle grenzen af te tasten. Wat is identiteit? Wie is wie, waar en waarom? Zoals in het gedicht ‘Vader’: ‘en de oude man ging naar de zee en de oude man ving niks meer en de oude man vond daar zijn nietigheid’.

Wie ben je als je al de vooroordelen afpelt en wat betekent je afkomst dan nog? Zo klinkt de ‘ballotant’, ofwel de inburgeraar op Curaçao ‘als een nieuwslezereres’ die ‘kan fietsen zonder zijwielen’. Hoe kan het dat harmonie zo buiten het bereik van mensen ligt, waarom zijn gewoontes zo diep ingesleten zonder nog bevraagd te worden? Fabias onderzoekt deze kwesties met ingehouden ironie, met zelfspot, mededogen en een vlijmscherp inzicht.

Persquotes
‘Een geweldig debuut’ (NRC Handelsblad)

‘Barstensvol en overdonderend.’ (De Groene Amsterdammer). 

‘Grijstinten zijn er niet in Fabias’ stem. Die is krachtig, en helder als de Caribische zee, en net zo vol kleur.’ (Trouw)

Biografie
Radna Fabias (1983) is geboren en getogen op de Nederlandse Antillen. Ze studeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en won in 2016 de poëzieprijs van de stad Oostende. Haar debuutbundel Habitus (2018), uitgegeven door De Arbeiderspers, werd onthaald als een zeldzaamheid: ze ontving er de C. Buddingh’-prijs voor, tal van media-aandacht en lofbetuigingen van pers en publiek. ‘Een geweldig debuut’, volgens NRC Handelsblad, ‘barstensvol en overdonderend’, volgens De Groene Amsterdammer. De Volkskrant riep haar uit als het literaire talent van 2019. Onlangs oogstte ze bijzonder veel succes op Saint Amour. 

Foto: Wouter le Duc

Onder een koperen hemel
Stefan Hertmans

Juryverslag
In deze nieuwe dichtbundel bespeelt Stefan Hertmans veel registers.
Hoewel hij schrijft over complexe, universele thema’s, zijn deze gedichten toch vooral een ode aan de schoonheid. Wat leeft is eindig, maar wat blijft en troost is de schoonheid. In dat streven klinken veel andere stemmen mee – van mythologische figuren, beroemde voorgangers (dichters en schilders) tot geliefde figuren uit zijn persoonlijk verleden, wat de bundel bedding geeft. En toch horen we in deze gedichten vooral de intieme, unieke stem van de dichter.

Hertmans poëzie voert de lezer mee in een ritmisch en melodieus taalspel dat aan de soms dramatische stem een zekere zwier en luchtigheid geeft. Een schijnmanoeuvre waarmee de dichter, ondanks de zwaarwichtige thematiek, ongemerkt maar feilloos het hart van de lezer weet te raken. Want deze gedichten zijn ook breekbaar; ‘en morgen ben je niets meer, man, niets dan wat schaduw en wat stof’. De poëzie uit deze bundel klinkt als het strijkorkest van de Titanic dat virtuoos bleef verder spelen terwijl het schip onherroepelijk naar de zwarte diepte zonk. Door zullen we gaan.

Persquotes
‘Een memorabele bundel.’ (De Standaard)

‘Van een zeldzame rijkdom.’ (Awater)

‘In muzikaal ritmische gedichten met veel indringende beelden toont Hertmans de lezer in alle scherpte een tijdgeest die, hoewel somber, belangwekkend genoeg is om er op poëtische wijze kennis van te nemen.’ (Nederlands Dagblad)

Biografie
Stefan Hertmans (1951) schrijft romans, verhalenbundels, essays en gedichten. Zijn werk is bekroond met onder meer de Multatuliprijs, de F. Bordewijk-prijs, de AKO Literatuurprijs en de E. du Perronprijs, en werd genomineerd voor de Man Booker International Prize 2017. Van zijn roman Oorlog en terpentijn werden 250.000 exemplaren verkocht. Zijn meest recente en alom geprezen roman De bekeerlinge verscheen in 2016. In 2017 verscheen de theatertekst Antigone in Molenbeek. In 2018 verscheen bij De Bezige Bij de dichtbundel Onder een koperen hemel. 

Foto: Thomas Andenmatten


Klik op de covers hierboven om het juryverslag per bundel te lezen.